Vragen blijven staan na 30 jaar cel voor Turkse eerste stuurman
In dit artikel:
De veroordeling van eerste stuurman Ali Albokhari en kapitein Marko Bekavac tot dertig jaar cel in Turkije blijft omstreden. In september 2023 werd aan boord van bulkcarrier Phoenician-M in de Turkse haven Eregli 137 kilo cocaïne gevonden. Albokhari zit sindsdien vast; Bekavac werd tijdens het hoger beroep onverwacht naar Kroatië gebracht en is daar vrij, hoewel het Turkse hooggerechtshof hun veroordelingen later bevestigde.
De zaak begon in Colombia. De Phoenician-M had in Barranquilla kolen geladen toen de Colombiaanse politie cocaïne in de achterpiek aantrof. Na een doorzoeking werd de bemanning vrijgepleit en vertrok het schip naar Turkije. Daar vond de politie in het tweede ruim opnieuw cocaïne, verborgen in de lading. Tien bemanningsleden werden aangehouden, maar uiteindelijk moesten alleen de kapitein en eerste stuurman terechtstaan. Volgens de Turkse rechtbank hadden zij als senior officieren van de drugs moeten weten.
Bij het hoger beroep werd onder meer verwezen naar inlichtingenrapporten, documenten, forensisch en telefonisch onderzoek, getuigenverklaringen en de manier waarop de cocaïne was verborgen. Twee van de vijf rechters van het hooggerechtshof vonden het politieonderzoek echter ernstig gebrekkig. Turkije had volgens hen contact moeten opnemen met de Colombiaanse autoriteiten om de eerdere doorzoeking van het schip te verifiëren en de bijbehorende stukken op te vragen. Ook waren de herkomst van de drugsinformatie, de Turkse onderzoekers en havenarbeiders niet voldoende onderzocht.
De rechters vonden bovendien dat e-mails van Bekavac aan de scheepseigenaar en manager onvoldoende waren bekeken. Daarin meldde hij de gebeurtenissen in Colombia en vroeg hij om extra veiligheidsmaatregelen. Bekavac had deze berichten op een USB-stick bewaard. Nadat hij de stick na de uitspraak terugkreeg, bleek die gewist. Een deskundige wist een deel van de bestanden te herstellen, wat volgens Albokhari’s vrouw Elena bevestigt dat de Colombiaanse politie het schip daadwerkelijk had doorzocht. De Turkse rechtbanken hadden dat volgens haar niet erkend omdat officiële documenten ontbraken.
Ondanks de bezwaren van de twee rechters bevestigde een meerderheid van drie tegen twee in maart de veroordelingen. Een eerdere aanklager had tijdens de procedure nog gezegd dat de veroordelingen niet gerechtvaardigd waren, maar trok die verklaring later in. Advocaat Rifat Sari stelt dat de rechtbank de bewijslast heeft omgedraaid: de bemanning moest volgens hem aantonen dat zij niets van de drugs wist, terwijl verdachten volgens het Turkse recht als onschuldig gelden totdat schuld is bewezen. Hij noemt dat strijdig met Turkse en internationale mensenrechtennormen.
De vrijlating van Bekavac versterkt de twijfels over de zaak. Hij werd in augustus vorig jaar midden in de nacht uit zijn cel gehaald, zonder uitleg naar een luchthaven gebracht en naar Kroatië gevlogen. Zijn paspoort en persoonlijke spullen bleven in Turkije achter. Volgens de Turkse ambassadeur in Finland, met wie Elena onlangs sprak, ging het om overbrenging op basis van een gevangenenovereenkomst met Kroatië. Een vergelijkbare overeenkomst met Finland zou niet bestaan.
Ook de International Transport Workers’ Federation, de Internationale Maritieme Organisatie en de Finse overheid zouden geen duidelijk antwoord van Turkije hebben gekregen. De maritieme sector waarschuwt breder voor het strafrechtelijk vervolgen van zeevarenden zonder overtuigend bewijs. Albokhari is inmiddels overgebracht naar een gevangenis voor langdurig verblijf. Zijn advocaat bereidt een nieuw beroep voor, terwijl Elena blijft vragen waarop de veroordeling van haar man precies is gebaseerd.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie