'Wat voor een schip op een kanaal werkt, werkt niet automatisch ook op de Rijn'

donderdag, 19 maart 2026 (12:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Logistiek innovatieconsulent Poul van den Elshout stelt dat er niet één universele brandstofoplossing is voor de binnenvaart; in plaats daarvan moet iedere energiekeuze passen bij het type schip, het vaargebied, de reisafstand en de lading. In een visiedocument over de toekomst van de binnenvaart, gebaseerd op zijn achtergrond als opgegroeide op een schip en jarenlange ervaring in logistieke innovatie, concludeert hij dat meerdere energiedragers naast elkaar zullen blijven bestaan: waterstof, ammoniak, HVO, methanol en batterijen hebben elk hun eigen toepassingsgebied.

Een zorgpunt is dat de vloot de afgelopen jaren is opgeschaald: kleinere schepen worden schaarser terwijl grote schepen vooral de Rijncorridors bedienen. Dat levert een bereikbaarheidsprobleem op voor kanalen en kleine rivieren; verdwijning van die kleine schepen kan leiden tot verplaatsing van vracht naar de weg en ondermijnt de gewenste modal shift. Van den Elshout pleit daarom voor oplossingen die retrofit toestaan, zodat bestaande schepen stapsgewijs kunnen overschakelen — bijvoorbeeld diesel-elektrische aandrijving als tussenstap richting een emissievrije bron.

Kosten bepalen vaak de haalbaarheid: technisch bruikbare opties zijn niet per se economisch rendabel. Waterstof is illustratief: technisch toepasbaar, maar met een huidige prijs rond €20/kg ver weg van de benodigde circa €4–5/kg voor een gezonde businesscase. Daarnaast vormt de sectorstructuur — veel zelfstandige schippers met één schip — een belemmering voor grootschalige investeringen en lobbywerk. Van den Elshout roept op tot betere organisatie binnen de sector, bereidheid van financiers om retrofit te ondersteunen en duidelijker sturing van de overheid; de energietransitie is zowel een technisch als een organisatorisch vraagstuk.