Werkendam krijgt insteekhaven en werkt hard aan derde haven
In dit artikel:
De gemeente Altena trekt stevig aan de bel om de haven van Werkendam uit te breiden. Wethouder Hans Tanis (SGP) voert twee sporen: een direct uitvoerbaar optimalisatieproject — een insteekhaven van 13 miljoen euro bij de Biesboschhaven ter hoogte van Kieboom — en een ambitieuzer lobbytraject voor een geheel nieuwe, derde haven die aanzienlijk groter is.
Aanleiding is een chronisch tekort aan kade- en uitbreidingsruimte: bestaande maritieme bedrijven kunnen binnen de huidige haven niet groeien, waardoor het regionale scheepsbouw- en onderhoudscluster bedreigd wordt. De insteekhaven moet snel extra afmeermogelijkheden en afbouwplaatsen bieden. Die nieuwe wal wordt ongeveer 150 meter lang en breed genoeg voor drie schepen naast elkaar; daarnaast wordt de openbare kade richting de hoek verlengd. De gemeente heeft al panden aangekocht en streeft ernaar onderzoeken en voorbereidingen in 2026 af te ronden, met start van de uitvoering mogelijk in 2027.
Omdat dit korte-termijnmaatregel het structurele ruimteprobleem niet oplost, richt Altena zich op een derde haven richting het Steurgat. Voor het lobbywerk werd oud-lobbyist en voormalig Kamerlid Jaap Jelle Feenstra ingeschakeld. Met een professionele brochure trok de gemeente langs fracties in de Tweede Kamer, beide provincies en de Drechtsteden. Dat leverde politieke steun op: een CDA-motie om Werkendam op de landelijke agenda te zetten kreeg vrijwel unanieme steun, en de minister van Infrastructuur en Waterstaat zegde samenwerking toe. Altena werkt nu met het Rijksregiebureau Maritieme Maakindustrie aan randvoorwaarden: ruimtelijke en technische eisen, stikstofregels, rivierruimte, waterveiligheid en een businesscase. Op basis van inventarisatie is de netto ruimtebehoefte geraamd op circa 10 hectare.
De kosten worden fors geschat — ruim boven de honderd miljoen euro — wat de financiële draagkracht van de gemeente overstijgt. Daarom zoekt Altena samenwerkingspartners en mogelijke subsidies in Den Haag en Brussel, en zoekt aansluiting met de Drechtsteden. De voorgestelde locatie brengt technische en ecologische uitdagingen met zich mee: dijkverhoging, stikstofproblematiek, natuurcompensatie en ruimte voor de rivier, waardoor ook de aantrekkelijkheid voor bedrijven ter discussie staat.
Tanis benadrukt de urgentie: veel ondernemingen zitten al ‘tegen de kademuur’ en de vraag naar scheepsbouw en onderhoud groeit nu. Begin 2026 moet de haalbaarheid duidelijk zijn; lukt het niet, dan bestaat het risico dat bedrijven vertrekken. De gemeente zet in op een combinatie van optimalisatie (insteekhaven) en het blijven mobiliseren van overheden en bedrijfsleven om de derde haven als strategische investering voor behoud en groei van de maritieme sector te realiseren.