Zaag erin en diesel eruit: hoe wordt ms Krukel een waterstofschip?
In dit artikel:
NG Shipyards in Lauwersoog gaat het werkschip Krukel van Rijkswaterstaat ombouwen tot een waterstofaangedreven schip. Salesmanager Hans Veraart noemt het een technisch, operationeel en administratief complex traject. De ombouw omvat onder meer een verlenging van het middenschip met 4,80 meter om plaats te maken voor waterstofopslag en cofferdammen voor de veiligheid.
NG Shipyards heeft ervaring met waterstofinstallaties (onder meer op het jacht Ecolution en het directievaartuig Neo Orbis) en kreeg het Krukel-project via het Green Shipping Waddenzee-programma, gefinancierd door het Waddenfonds. Voor Rijkswaterstaat is het vooral een leerproject: de opgedane kennis moet bijdragen aan de geplande grootschalige vernieuwing van de vloot en aan veilig en betrouwbaar inbouwen van waterstof in bestaande schepen.
Omdat de Krukel een zeegaand handhavings- en onderzoeksschip is met Lauwersoog als thuishaven en een zeer geringe diepgang (ongeveer 80 cm), gelden zwaardere regels dan bij eerdere projecten. Klassificatiebureau Bureau Veritas en de Nederlandse vlagstaat zijn nauw betrokken — voor Bureau Veritas is dit een eerste project van deze vorm in Nederland. De verlenging en de extra massa aan boord moeten zo worden ontworpen dat de geringe diepgang behouden blijft.
De dieselmotoren verdwijnen; in hun plaats komen twee elektromotoren van 120 kW met een accupakket voor korte dagtochten. Voor langere vaarten levert een 340 kW brandstofcel stroom, gevoed door aan boord opgeslagen waterstof (ongeveer 150 kg, in kunststof drukflessen op 300 bar). De waterstof wordt aangevoerd per vrachtwagen in speciale tubetrailers; voor Lauwersoog is een nieuw bunkerstation nodig.
Veiligheid is cruciaal: waterstof is een zeer kleine molecule met risico op lekkage en ophoping, waardoor goede ventilatie, detectiesystemen en explosieveilige zones noodzakelijk zijn. Daarom worden leidingen dubbelwandig uitgevoerd met detectie in de mantel, de brandstofcel en waterstofflessen krijgen een aparte ruimte, en het schip wordt ingedeeld in zogeheten hazardous zones met beperkingen op luchtinlaten en ontstekingsbronnen. Ook batterijveiligheid krijgt aandacht: ventilatie, temperatuurbewaking, koeling en mogelijkheden voor blussing of vullen met water zijn voorzien.
De bemanning krijgt training voor de nieuwe voortstuwingstechniek; volgens Veraart is het spannendste moment de eerste keer bunkeren en het verlaten van de haven, wanneer techniek, veiligheid en certificering in de praktijk moeten samengaan. NG Shipyards ziet strategische meerwaarde voor de noordelijke scheepsbouw: waterstof kan volgens hen een rol spelen bij schepen die vaak kunnen bunkeren, zoals werkschepen en ferry’s.
Korte context: de stap weerspiegelt bredere ontwikkelingen in de scheepvaart richting emissiereductie, maar brengt ook uitdagingen op het vlak van infrastructuur, regelgeving en operationele veiligheid.