Zeeland zet vol in op binnenvaart: meer ligplaatsen en een digitaal startpunt
In dit artikel:
De provincie Zeeland voert sinds 2024 het Actieprogramma Binnenvaart Zeeland om de binnenvaart in de provincie zowel beter te faciliteren als actiever te stimuleren. Projectleider Bart Bouwens (adviesbureau B2‑Kompas) geeft richting en uitleg over de voortgang: de prioriteiten zijn ligplaatsen, walstroom, vaarwegen en digitalisering, met aandacht voor provinciaal areaal; het Rijksareaal blijft buiten het programma omdat Rijkswaterstaat daar zelf mee bezig is. Het programma loopt door tot eind 2027.
Aanvankelijk lag de nadruk vooral op praktische voorzieningen en doorstroming: meer aanlegplaatsen, betere basisvoorzieningen en het wegnemen van knelpunten zodat schepen gemakkelijker kunnen varen en verblijven. Gaandeweg is de scope verbreed: stimulering van binnenvaart (modal shift van weg naar water) is minstens zo belangrijk als het faciliteren ervan, zeker met grote bouw‑ en infrastructuuropgaven in het kader van Zeeland 2050. Dat vraagt samenwerking in de hele keten: gemeenten, havens, verladers, het Rijk en de sector zelf.
Een concreet resultaat van die samenwerking is het opgezette Zeeuws Binnenhavenoverleg, bedoeld om gemeenten en provincie structureel te verbinden en meer eenduidigheid in havenmanagement, regels en voorzieningen te creëren. Nu bestaan grote verschillen tussen Zeeuwse havens in beheer, ligplaatsaanbod en voorzieningen, wat voor schippers onduidelijkheid oplevert. Een gewenst doel is dat een schipper zich één keer meldt en vervolgens in alle havens binnen Zeeland wordt bediend. De provincie onderzoekt ook of de samenwerking tussen Zeeuwse binnenhavens kan worden verdiept naast North Sea Port en wil werken aan een gezamenlijke havenvisie, zonder alles direct gelijk te trekken.
Digitalisering is een andere pijler: als tussenstap ontwikkelt Zeeland een digitale startpagina die beschikbare ligplaatsen, aanmeldingsprocedures en voorzieningen per gemeente bundelt; dit overbrugt naar landelijke systemen zoals Portlinq. Bouwens benadrukt dat projecten in uitvoering zijn en dat structurele verbetering tijd kost: het is “bouwen aan structuur” waarbij faciliteren en stimuleren gelijkopgaand blijven.