Zuidvloot geen schim meer van wat het geweest is
In dit artikel:
De Zeeuwse Zuidvloot is sinds 1990 sterk gekrompen. Tholen, Breskens, Arnemuiden en Vlissingen beschikten toen samen over ongeveer 21 grote boomkorkotters en circa vijftien Eurokotters. Inclusief de schepen uit Kortgene en Yerseke bestond de regionale vloot uit bijna zeventig vissersvaartuigen. Inmiddels zijn Tholen en Breskens vrijwel uit de visserij verdwenen. Tholen heeft nog de TH-16 en twee mosselkotters, terwijl Breskens slechts enkele kleine boten telt. Kortgene heeft nog één garnalenkotter en een mesheftenvisser. In Arnemuiden en Vlissingen varen samen nog vier grote boomkorkotters.
Drie daarvan zijn de ARM-20, ARM-22 en ARM-24 van Arnemuidense families. Ze voeren de laatste jaren afwisselend aan in IJmuiden en Vlissingen, nadat ze lange tijd Scheveningen als afslag gebruikten. De enige overgebleven Eurokotter is de VLI-27. De VLI-25, een 40 meter lange bokker van dezelfde familie, vaart vanuit Vlissingen maar brengt de vangst doorgaans naar IJmuiden.
De grote Zeeuwse kottervloot groeide vooral in de jaren zeventig en tachtig door schaalvergroting. Familiebedrijven brachten schepen tot 46 meter lang en met motorvermogens van meer dan 4.000 pk in de vaart. Arnemuiden had in 1990 zes kotters met minstens 4.000 pk. De ARM-18 uit Vlissingen was met 45,5 meter lengte en 634 brutoton de grootste boomkorkotter van Nederland. Het schip werd in 2023 gesaneerd.
Dalende vangsten in de zuidelijke Noordzee, hoge brandstofprijzen en andere exploitatiekosten versnelden de neergang. Zo werd de bijna 46 meter lange BR-14 in 2019 verkocht en later gesloopt nadat de opbrengsten niet meer tegen de kosten opwogen. Ook de grotere Eurokottervloot van Tholen is verdwenen. Daarmee is van de vroegere Zuidvloot nog slechts een klein restant over.
De Oranjezomer: Victor Vlam onder de indruk: 'Echt de lekkerste premier van heel Europa!'