Zware Kees: Helgoland

donderdag, 30 april 2026 (20:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Als kind leerde de auteur een kort Helgolands dialectversje over het eiland en bewaart die regel nog steeds als souvenir van zijn eerste echte zeereis, ergens in de vroege jaren ’70. De trip begon in de Amsterdamse Oude Houthaven aan boord van een eenvoudige, omgebouwde kotter genaamd Stella Maris — zes kooien, een klein hutje voor de schipper, een kombuis en een Kromhout-dieselmotor in de machinekamer. De boot zou oorspronkelijk vanuit Amsterdam vertrekken, maar een groep amateurduikers had het schip tijdelijk in gebruik en dook in de Duitse Bocht, waardoor het kottertje eerst naar Helgoland moest varen om de duikers af te lossen.

Omdat het een slecht zomerjaar was met veel wind, gingen de bemanning en de jonge passagiers via Cuxhaven per passagiersboot naar Helgoland; de auteur herinnert zich de grote Butterfahrtschiffe die belastingvrije goederen verkochten zodra ze buiten de 12-mijlszone varen — reizigers kwamen niet voor havermout, maar voor tabak, koffie, parfum en drank. De auteur stond als nog te jonge tiener zeeziek tussen luidruchtige Duitse koopjesjagers op de Alte Liebe (een voormalige Wappen-vloot), en moest per sloep naar de kade omdat het grotere schip niet kon aanmeren.

Uiteindelijk verbleven ze twee winderige weken op Helgoland; pas toen de wind afnam kon de Stella Maris de terugtocht naar Amsterdam aanvangen, met stops in Cuxhaven en Harlingen. De ervaring laat een sterk beeld achter van eenvoudige scheepsomstandigheden, de zintuiglijke indrukken van duty-free reizen en het leren van dat kleine eilandrijmpje in het originele dialect — een blijvende herinnering aan die eerste zeereis.