Zware Kees: jong en super enthousiast

donderdag, 7 mei 2026 (20:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

De columnist schrijft naast zijn wekelijkse bijdrage ook af en toe voor Diepgang, een tijdschrift van de Nederlandse Zeevarendencentrale en Stichting Pastoraat Werkers Overzee, dat vaak op de messroomtafel te vinden is. Hij maakt zich al langer zorgen over het voortbestaan van de Nederlandse zeeman — lage instroom op zeevaartscholen, veel Russen en Oekraïners in de officiersrangen, korte ligtijden en een 24-uursmentaliteit die walverlof onaantrekkelijk maakt — maar las in het laatste nummer een onverwacht optimistisch verhaal.

Dat artikel portretteert Joris, een jonge Nederlandse matroos die met veel enthousiasme vooral naar West-Afrika vaart. Hij erkent dat die havens anders zijn dan Europa en dat culturele normen kunnen verschillen, maar dat weerhoudt hem niet: “Ik vind het supertof!” Hij is één van slechts drie Nederlanders bij zijn rederij en mist soms het praten in zijn moedertaal, maar voelt zich niet ontmoedigd. Voorlopig ziet hij varen als het leukste wat er is.

Op de voorpagina stond bovendien een foto van de driemaster Thalassa, net terug van een zes maanden durende reis naar de Caraïben, waarbij het schip ruim 12.000 mijl aflegde. De bemanning bestond uit veel jonge mannen en vrouwen die zichtbaar enthousiast waren over hun reis — een beeld dat de columnist hoop geeft. Hij vergelijkt deze nieuwe generatie met zijn eigen lichting van bijna vijftig jaar geleden: ook toen gingen jonge mensen gemotiveerd de zee op.

Samengevat: ondanks structurele problemen in de Nederlandse koopvaardij zijn er anno 2026 nog Nederlandse jongeren met echte zee-ambities. Dat optimisme — geïllustreerd door Joris en de bemanning van de Thalassa — inspireert de schrijver van de column om zijn zorgen te temperen en te delen waarom hij toch hoop blijft houden voor de toekomst van de Nederlandse zeelieden.