Zware Kees: taboe

donderdag, 12 maart 2026 (20:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

In het souterrain van een oud gebouw aan de Kromme Waal in Amsterdam wacht de verteller op een medische keuring voor de zeevaart. Terwijl hij de wachtruimte met een betonnen vijver en oude tijdschriften observeert, komt een groep van zeven Filipijnse matrozen binnen; wegens gebrek aan stoelen nemen drie van hen plaats op de schoot van hun collega's. Die scène zet de auteur aan het denken over zijn automatische westerse veronderstellingen over lichamelijkheid en seksualiteit bij Filipijnse mensen.

De herinnering van de verteller gaat terug naar zijn tijd op het opleidingsschip Prinses Margriet in de jaren tachtig, waar een openlijk homoseksuele steward zonder probleem door bemanning en leerlingen werd geaccepteerd. Na de val van het IJzeren Gordijn veranderde de samenstelling van bemanningen: Russen, Esten en Oekraïners werden gangbaar op Nederlandse schepen, en dat bracht volgens de schrijver soms hardere houdingen ten aanzien van homo's met zich mee. Tijdens een pikheet citeert hij een Estse hwtk die fel reageerde op het idee van homoseksualiteit in de machinekamer: "Ik breek zijn beide poten en donder hem het huis uit wanneer mijn zoon zou vertellen dat hij homo is!"

Deze anekdotes dienen als reactie op plannen van filmmaker Tomas Ponsteen om een documentaire over ‘homoseksuele zeelieden’ te maken. De auteur is nieuwsgierig naar die film: hij heeft zelf weinig expliciet uit de kast gekomen collega’s meegemaakt, maar herkent zowel acceptatie als uitgesproken homofobie binnen de multinationale maritieme cultuur. De tekst illustreert hoe geografie, tijd (jaren tachtig versus post‑Koude Oorlog) en culturele verschillen vormgeven aan omgangsvormen en vooroordelen aan boord — en waarom een documentaire over dit thema relevant kan zijn.