Zware Kees: zeemanstermen
In dit artikel:
Na zijn vervroegd pensioen ging de schrijver lesgeven in zeemanschap aan een zeevaartschool: hij gaf uitleg over scheepsbouw, ruimafdekking, voortstuwing en laden en lossen, onderbouwd met tientallen jaren praktijkervaring en anekdotes. Tijdens die lessen merkte hij echter dat zijn vertrouwde vaktaal niet automatisch begrepen wordt. Een voorbeeld: bij het vertellen hoe hij ooit hydraulische luiken opende terwijl het schip door verschoven lading meer dan twintig graden overlag—met behulp van voetblokken, een ankerlier en extra staalkabels—hielpen leerlingen hem vervolgens met een eenvoudige vraag over een onderdeel dat hij als vanzelfsprekend noemde. Zulke termen als coaming, wrangen of kimkielen bleken onbekend en maakten de aandacht verloren.
Ook bij lezingen voor buurtgroepen moet hij zijn woordenschat aanpassen om de aandacht vast te houden. Onlangs kocht hij in een kringloopwinkel het boek De romantiek van het zeilschip, waarin een fragment uit een praktisch zeemanschap-boek uit 1808 stond. De ouderwetse, omslachtige beschrijving van het maken van zeilen bracht hem terug naar zijn eerste schooldag als leerling: het illustreerde hoe verouderd en ontoegankelijk vakjargon voor nieuwkomers kan zijn.
De schrijver trekt daaruit een eenvoudige les: goede overdracht van vakkennis vraagt aanpassing van taal aan het publiek. Hij nam zich voor bij toekomstige voordrachten en lessen uitvoerig na te denken over woordkeuze, om verwarring bij niet-zeevarenden te voorkomen. Daarnaast geeft hij een praktische tip voor geïnteresseerden: kringloopwinkels zijn een goede bron voor nautische boeken die elders weinig gezocht worden.